Daar zitten we dan…

En daar zitten we dan. Samen apart op de banken. Ik kijk op uit mijn gedachten en kijk je aan. Ik zie de tranen over je wangen biggelen, als een soort spiegel van de mijne. In je ogen zijn het ongeloof, verdriet en het niet willen duidelijk te lezen. Ik verzink weer in mijn eigen gedachten terug. Ik denk na, vechtend tegen de tranen, vechtend tegen de pijn maar realiserend dat het misschien wel beter is zo. En de tijd om dit moment heen wordt er geluid, wordt er gelachen, wordt er gedeeld en wordt er ook gerelativeerd over onze situatie. In de tijd om dit moment heen, ben ik kompleet het vertrouwen verloren in het concept “Als je iets wilt dan kan je realiseren”. Maar hoe graag we het beide ook willen, het lukt gewoon niet. Lange tijd liep het al stroef, en lange tijd was er al twijfel. We willen zo graag, maar ergens werkt het niet, en tegen beter weter in probeer ik alles nog eens te relativeren. Het is op, gewoon op. Niet alleen mijn tranen maar ook het samenzijn. Ik denk aan wat we delen, wat ik ga missen en wat ik heb gehad. Geluk, verdriet, pijn en blijdschap, lachwekkende momenten maar ook de onzekerheid flitsen in mijn gedachten voorbij.

Ik kijk je aan en ik vraag het nogmaals. Weten we dit zeker?. Met een snik in je stem en met opwellende tranen knik je alleen maar. De twijfel is te lezen, en ik merk dat je dat ook bij mij leest. Ik bedenk me dat ik nog nooit zo’n open boek ben geweest in het verleden als bij jouw. Altijd had ik een dikke muur om mij heen gebouwd, maar jij maakte in zeer korte tijd, zeer korte metten met deze muur. Je hebt me dingen geleerd over het leven en ook over gevoelens. En vooral het laatste vervloek ik op dit moment, wat moet je er mee. Ik ga naast je zitten, sla een arm om je heen en je kruipt tegen me aan. Ik ga je zo missen zeg je nogmaals, en ik beaam dat alleen maar. Nog nooit heb ik me zo gevoeld als bij jouw, en op dat moment ben ik ook bang dat ik me ook nooit meer zo zal voelen. Ik maak een luchtige grap, en we lachen harder dan we de afgelopen 3 weken gedaan hebben. Ik zie de opluchting bij jou in je ogen, maar waar blijft dat bij mij. Ik bedenk me dat ik nu teveel gevoelens heb om dat toe te laten. Kan ik nog even blijven vraag je, en ik kijk je aan. Ik vraag aan je wil je niet dat iedereen ziet dat je hebt gehuild. Ja antwoord je, en hoopvol kijk je me aan. En op dat moment slaat de harde realiteit van dit moment toe. Paniek, angst, pijn… en hoe graag ik ook zou willen dat je blijft, nu en voor altijd, ik kan het niet opbrengen om je nog langer om me heen te hebben. Ik probeer me groot te houden in een poging je niet te laten zien, hoe  ik intern helemaal kapot ga. Nee, zeg ik. Ik denk dat het beter is dat je moet gaan. Langzaam sta je op, richting de kapstok. En ik loop achter je aan, als een pulletje die achter zijn moeder aanwaggelt, hopend dat je je omdraait en zegt, dit moeten we niet doen, dit is zo fout. Maar het gebeurd niet, en ik voel mijn hart overslaan op het moment dat je je jas aantrekt. Ik zou je graag nu willen zoenen, je een knuffel willen geven, je nogmaals vertellen hoeveel ik van je hou. Maar eigenlijk wil ik dat ik nu wakker wordt, en dat het maar een nachtmerrie is. Ik sluit mijn ogen in een poging deze nachtmerrie te ontwijken, maar het mag niet zo zijn. Je doet de deur open, ik geef je nog een knuffel, en geef je nog een dikke zoen. Ik kijk je aan in je mooie blauwe ogen en zeg, “Ik hou van je”. Je kijkt me aan en houdt onze blik even vast. “Ik ook van jou” antwoord je me, “altijd, en onthou dat”. Mijn hart valt in duizend stukken uiteen, en ik hoop maar dat je het niet kan horen. Je draait je om en loopt weg, je kijkt nog een keer om en ik zwaai naar je. En toen was je weg.

Ik ga naar binnen en plof neer op de bank. Ik pak mijn glas cola en drink die in een keer leeg. Ik zucht eens diep, ga onderuit gezakt zitten en ik wacht. Ik wacht op het gevoel van opluchting. Ik wacht op de gedachten dat het beter is op deze manier. Ik wacht op woede, woede op jouw zodat het makkelijker wordt. Ik wacht op de rijtjes van Zie je wel, dit is niet goed, en dat is stom aan haar. En ik wacht. Seconden, minuten, 2 uur. Maar er komt niets behalve water van mij netvlies. Geen verlichtende zucht, geen tevreden gevoel en zeker geen opluchting, alleen maar tranen. Bij de einden van de vorige pogingen tot een relatie was er altijd een gevoel van verlichting, de opluchting waar ik nu op wacht. En hoe langer ik erover denk hoe benauwder ik het krijg en hoe beklemder ik me voel. Dan maar proberen te slapen, maar je laat me niet los en ik voel me steeds meer klote. En dat gevoel houdt aan, in de weken, nee zelfs maanden daarna krijg ik steeds meer twijfels. Steeds meer gevoelens van ik wil je terug, en zo slecht was het niet. Steeds meer het idee dat ik het grootste fout van mijn leven gemaakt heb. Niet alleen ben ik mijn liefde kwijt, maar ook mijn soulmate. Iemand die mij kende en vooral ook snapte als nooit tevoren. En ook diegene die ik het meest vertrouwd heb in mijn leven.

Na lange tijd kreeg het een plekje. En ik begin me te realiseren dat  ik wel een hele tijd echt gelukkig ben geweest. En zoals zij zou zeggen, dat maakt niet iedereen mee in de wereld dus ik koester het. En ik bedenk me dat ik altijd heb gezegd dat ik van haar hou. En daarmee bedoel ik dat ik wil dat ze gelukkig is. En hoe moeilijk ik het ook vindt, ik kan op zo’n moment alleen maar hopen dat dit ook inderdaad het beste was om te doen. Ik klamp me steeds meer en meer vast aan wat we hadden. De mooie dingen, de fijne avonden en vooral de gekke dingen die we deden. Ik moet steeds meer lachen om die gedachten en denk aan dat geluk. En mocht je dit ooit lezen mijn lieve schat. Dan kan ik alleen maar hopen dat je gelukkig bent. Het ga je goed!

Het was in ieder geval het mooiste afscheid die ik ooit hem meegemaakt edoch ik had hem liever niet gehad.

Leave a comment

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.