Cruijfie is boos. Hij zit op de rand van de zandbak, met zijn handen onder zijn hoofd, en met zijn ellebogen op zijn knietjes. Cruijfie denkt na over vorig jaar. Vorig jaar was Cruijfie nog de beste zandtaartjes bakker van de zandbak uit de buurt. Sterker nog Cruijfie was zo goed erin, dat andere zandbakken uit de stad speciaal aan Cruijfie hadden gevraagd of hij bij hun zandtaartjes wilde komen bakken. Als Cruijfie bezig was met bakken, klapten en juichten alle passerende mensen omdat ze het zo mooi vonden, wat hij bakte. Na een tijdje werd er zelfs aan Cruijfie gevraagd of hij de andere kinderen in een zandbak wilde vertellen hoe ze het beste zandtaartjes moesten bakken, zodat ze met de jaarlijkse zandbak taartjes wedstrijd in de stad, de eerste prijs konden winnen.
Een paar weken geleden vroegen de kinderen van de zandbak waar Cruijfie alles voor het eerst leerde, of Cruijfie hen wilde helpen om nog betere zandtaartjes te maken zodat ze de beste uit de buurt zouden worden. Cruijfie was natuurlijk heel blij dat hij dat mocht doen, maar hij had het ook druk in de andere zandbak, dus ging hij 1 dag in de week naar zijn oude zandbak om daar te helpen. Hij zou samen met 4 andere zandbak vriendjes alle jongere kinderen gaan helpen, om nog beter te worden. Nu wilde hij de kinderen alles leren over zandtaartjes bakken, maar er moest ook iemand zijn die tijdens de andere dagen dat Cruijfie er niet was toezicht had op alle andere zandbak vriendjes, en daarom had Cruijfie tot twee keer toe geprobeerd om Tjeutje de leiding te geven, maar de andere 4 vriendjes met wie hij vaak speelde vonden Tjeutje niet aardig, dus mocht hij niet meedoen. Daar was Cruijfie best een beetje verdrietig van geworden, en een week lang wist hij ook niet zo goed meer wat hij moest doen. Een van zijn zandbak vriendjes hadden Marcotje voorgesteld als opper taartjes bakker, maar dat vondt Cruijfie niet zo goed. Die was nog wat jong, en door geroddel in de buurt werd ook Marcotje niet de opper taartjes bakker.
En nu is Cruijfie boos. Want zijn vier zandbak vriendjes hebben hem een lelijke poets gebakken. Ze hebben op een dag dat Cruijfie er niet was, een gesprek gehad met Louitje, en hem voorgesteld als opper zandtaartjes bakker van zandbak. Louitje denkt Cruijfie, pffff die kon vroeger niet eens zo goed zandtaartjes bakken, en Cruijfie en Louitje hebben lang ruzie gehad. Cruijfie wil dan ook helemaal niet meer met Louitje praten, zo boos is hij. Maar hij is nog bozer over zijn vier zandfriendjes. Hoe kunnen ze. Sommige heeft hij zelfs taartjes leren bakken, en nu veraden ze hem met Louitje.
Maar Crujifie geeft niet op. Hij heeft de trainers van de jonge zandtaartenbakkers gevraagd om hem te steunen. Dat vonden ze goed, en nu komen ze hem zo opzoeken op de rand van de zandbak. Cruijfie kijkt op, en ziet de grote jongens aan komen lopen die alles weten over het leiden van een zandbak. Hij grijnst. Of het nou goed zal gaan met de zandbak of niet, hij zal zijn gelijk krijgen. Ik krijg ze wel denkt Cruijfie. Hij staat op en loopt de grote jongens tegemoet.