Dag Toine

Heel heel lang geleden, toen ik nog een jongetje van een jaar of 7 a 8 was. Was ik aan het voetballen naast mijn ouderlijk huis tegen de kerk aan. Ik was de bal tussen de doelpalen (twee pilaren aan de buitenkant van de kerk) aan het schieten, en verveelde me.

“Mag ik meedoen?” , hoorde ik achter me. Ik draai me om en daar staat een klein jongetje vragend naar me te kijken. “Natuurlijk”, zeg ik. “Wat voor spelletje doe je?” Vraagt het jongetje. “Ik probeer vanuit verschillende hoeken en plekken de bal tegen dit stukje muur aan te krijgen”, zeg ik. “Dat is heel moeilijk hoor!”. “Lijkt me leuk”, zegt het jongetje.

Ik trap de bal tegen de muur en zeg, “je mag hem niet tegenhouden, je moet hem uit laten rollen”. Als je hem mist krijg je een punt. En wie het eerst bij 10 is, heeft verloren”, roep ik. De bal rolt richting het houten klimrek op het schoolplein wat aan de kerk grenst en blijft op een lekker makkelijke plek liggen. Het jongetje geeft de bal een trap maar mist de bal volledig waardoor de bal vijf meter verderop weer stil ligt. Ik proest het uit van het lachen. “Je moet hem wel raken hoor”, zeg ik.  “En nu?”, vraagt het jongetje. “Nu mag ik vanaf die plek proberen te schieten, maar dit koste je al een punt”, zei ik lachend. En natuurlijk raakte ik hem goed vanaf die plek. Na een tijdje moest ik naar huis. “Ik moet gaan”, zei ik. “Zullen we morgen weer doeltje schieten?”. “Ja is goed”, zei het jongetje. “Wat is je naam eigenlijk?”. “Michiel Slik”, zei ik. “En jij?”. “Ik ben Toine, en ik woon hier nog niet zo lang”.

Dat was de eerste keer dat ik Toine ontmoette en de jaren die volgde groeide er een mooie vriendschap. We hebben veel gevoetbald, en later ging dat over in varen, in de Ruif lekker wat drinken en natuurlijk zagen we elkaar vaak op Interjel. Ik heb Toine leren kennen als een lieve gezellige maar erg gevoelige jongen. Omdat hij nogal eens negatief uit de hoek kon komen, kreeg hij van mij al snel de sarcastische bijnaam “El Positivo”. Hij genoot op zijn manier van het leven, maar was omtrent zijn pijn nogal stilletjes. Heel af en toe op een verjaardag of ouders zijn opgerot feesten die ik regelmatig gaf, en met veel bier op kwam er nog wel eens iets uit. Maar nooit genoeg om voor hem opluchting te zorgen.

Maar dat gaf niets, we hadden immers lol en iedereen was begaan met hem. Het was gewoon duidelijk te zien dat hij wel wilde maar op een een of andere manier gewoon niet kon. Nooit had je last van hem (behalve als hij zijn rogerpiep op de bak niet wilde uitzetten) en je kon erg met hem lachen. Helaas na ongeveer 13 of 14 jaar met elkaar opgegroeid te zijn gingen we onzer eigen weg. Niet omdat we dat wilden, maar dat gebeurde. Ik ging samenwonen in Almere en hij verhuisde vlak daarna naar de andere kant van het land. Zo heel af en toe sprak ik hem nog via MSN, of zag ik hem in het dorp. Hij veranderde nooit, nouja misschien qua gewicht, maar het meest karakteristieke had hij altijd op, zijn pet.

En dat zijn dan de gedachten die je hebt als je bijna achterin de zaal zit op je Crematie. Een week eerder las ik op FaceBook van je broer dat je ons verlaten had. Eerst geloofde ik het ook niet, want de laatste keer dat ik je sprak ging het prima. Maar na de druppel die de emmer deed overlopen vond je het genoeg geweest. Geen pijn, geen onzekerheden meer, maar kiezen voor de enige zekerheid die het leven biedt.

En de muziek die gedraaid werd, was precies wat ik gedacht had. Je favoriete muziek, strakke gitaren en krakende stemmen. En hoe langer ik erover nadacht hoe toepasselijker ik de muziek vond. We begonnen met One van Metallica. Dit lied gaat over een veteraan in de vietnam oorlog, die op een landmijn is gestapt en kunstmatig in leven wordt gehouden. Hij kan niet praten, zien of lopen. Hij is een gevangene in zijn eigen lichaam. Hij wil dood, maar kan er niets aan doen. En wie weet of Toine zich ook zo voelde de laatste tijd. Misschien voelde hij zich wel ongehoord en onbegrepen. En wellicht gelukkig voor Toine was hij wel bij machten om er een eind aan te maken.

Het tweede nummer was Guns ‘n Roses met het nummer Don’t Cry. Net of hij tegen ons wilde zeggen, jullie hoeven niet verdrietig te zijn, want het is goed zo. En dat symboliseert Toine ten voeten uit. Altijd zich (te) druk maken over andere mensen maar met zijn eigen eigenwijsheid. Alles ging op zijn manier, maar nooit gebeurde het zodat anderen zich gekwetst voelde.

Als laatste werd er een zeer onbekend nummer gedraaid. Tenminste voor de meeste mensen, maar het raakte mij zeer persoonlijk. Het is een nummer van de CD Ayreon, de eerste nederlandse rock musical gemaakt door Arjen Lucassen. Dit liedje genaamd Sail away to avelon, is een ode aan de mythe van koning arthur en zijn Noble men in shining armor. Het gaat over stoere ridders, die zeilen naar Avalon (het mytische eiland) om daar hun helden daden te beleven. Het lied kwam van een CD die ik ooit aan Toine gegeven heb. We hebben er vaak naar geluisterd. En ook dit symboliseert een deel van de wens van Toine denk ik. Een mythe, een schip en varen als ridders. Toine is nu op zijn eigen reis richting Avalon, en ik hoop dat hij het naar zijn zin heeft.

Het was een mooi afscheid. En vele tranen zijn gelaten, maar er is ook gelachen. Want ondanks dat El positivo deed wat ie deed, werd er ook veel gelachen.

Toine jongen. Het is niet anders, maar we zijn ons kapot geschrokken. Ik hoop dat je nu rust hebt gevonden. En zoals ik al eerder zei. Ik hoop dat je nu in de hemel net zo aan het voetballen bent, zoals wij dat vroeger deden.

Tot ziens jongen. Dag Toine

 

Het onderzoek met de Tien Apen…

In de jaren zeventig is er een onderzoek gehouden over groepsgedrag. En het klinkt misschien raar maar ze hebben hiervoor apen genomen, omdat deze instinctief hetzelfde zouden doen als wij mensen.

Het onderzoek ging als volgt. 5 apen werden in een ruimte gestopt, met daarin een tafel en aan een touwtje waar ze niet bij konden een banaan. De apen hadden al snel door dat ze de tafel moesten gebruiken om bij de banaan te komen. Met vereende krachten sleepten ze de tafel onder de banaan en een aap stapte er dapper op om de banaan van het touw te halen. Maar op het moment dat de aap bij de banaan kwam, spoot er uit een aantal slangen zeer koud water als een soort van “straf”. De aap schrok zich te pletter en de rest van de apen schrokken met hem mee. Een andere aap probeerde het, maar wederom kregen ze een nat en vooral koud pak. Na een aantal pogingen gaven de apen het op, uit angst voor het natte pak.

Na een week werd er een aap gewisseld voor een nieuwe aap en werden ook de sensoren losgekoppeld die automatisch de tuinslangen aan zet. De nieuwe aap kijkt de ruimte eens rondt en ziet de banaan boven de tafel hangen. Nieuw als hij is stapt hij na enige aarzeling op de tafel, maar voordat hij de banaan kan grijpen, komen de 4 andere apen in actie en trappen hem hardhandig van de tafel af, om zo te voorkomen dat ze weer een nat pakken zouden krijgen. Dit gaat even door en ook de nieuwe aap probeert niet meer de banaan te pakken, die nu dus niet meer beveiligd is om het zo maar even te noemen. De week erop gebeurt precies hetzelfde. Een nieuwe aap wordt ingewisseld voor een oude aap en ook hij probeert de banaan te grijpen. De andere 4 apen, inclusief de aap die de week ervoor gewisseld is, grijpen hem meteen en maken hardhandig kenbaar dat hij niet aan de banaan mag komen. De aap die de week ervoor gewisseld is, heeft nooit een nat pak gehad, maar hij weet niet beter.

De drie weken erop wordt er elke keer een aap gewisseld, en elke keer herhaald het ritueel zich en aan het einde van week 6 zitten er 5 apen in de ruimte die onder geen voorwaarde aan de banaan durven te komen, maar werkelijk geen idee hebben waarom ze dat eigenlijk niet zouden mogen. Maar omdat ze elke keer hardhandig van de tafel afgeschopt zijn, doen ze geen enkele poging meer om de banaan te pakken.

Dit experiment wordt veelal gebruikt als les materiaal voor studenten die groepsgedrag bestuderen. En als je het zo bekijkt, misschien doen wij wel vaker dingen die we doen omdat het ons verteld is, of omdat de rest het ook doet terwijl we eigenlijk geen enkel idee hebben waarom we het doen.

En misschien is het ook eens verstandig om met zijn allen soms eens na te denken over de dingen die we doen en waarom we ze doen. Misschien als we met zijn allen gewoon eens iets vaker nadenken, word het allemaal wat leuker met elkander. Misschien als we ons soms wat vaker de vragen stellen “Waarom doe ik dit”?, ” Waarom wil ik dit doen?” en “Wil ik dit wel?” kom je wellicht tot meer begrip voor anderen. Ik heb geen idee of het werkt, maar ik hoop dat zoiets kan lukken.

Dus beste lezers, doe eens mee. Vraag je eens wat meer af over hoe dingen gaan, en wellicht steek je er nog eens iets van op ook……

Cruijfie

Cruijfie is boos. Hij zit op de rand van de zandbak, met zijn handen onder zijn hoofd, en met zijn ellebogen op zijn knietjes. Cruijfie denkt na over vorig jaar. Vorig jaar was Cruijfie nog de beste zandtaartjes bakker van de zandbak uit de buurt. Sterker nog Cruijfie was zo goed erin, dat andere zandbakken uit de stad speciaal aan Cruijfie hadden gevraagd of hij bij hun zandtaartjes wilde komen bakken. Als Cruijfie bezig was met bakken, klapten en juichten alle passerende mensen omdat ze het zo mooi vonden, wat hij bakte. Na een tijdje werd er zelfs aan Cruijfie gevraagd of hij de andere kinderen in een zandbak wilde vertellen hoe ze het beste zandtaartjes moesten bakken, zodat ze met de jaarlijkse zandbak taartjes wedstrijd in de stad, de eerste prijs konden winnen.

Een paar weken geleden vroegen de kinderen van de  zandbak waar Cruijfie alles voor het eerst leerde, of Cruijfie hen wilde helpen om nog betere zandtaartjes te maken zodat ze de beste uit de buurt zouden worden. Cruijfie was natuurlijk heel blij dat hij dat mocht doen, maar hij had het ook druk in de andere zandbak, dus ging hij 1 dag in de week naar zijn oude zandbak om daar te helpen. Hij zou samen met 4 andere zandbak vriendjes alle jongere kinderen gaan helpen, om nog beter te worden. Nu wilde hij de kinderen alles leren over zandtaartjes bakken, maar er moest ook iemand zijn die tijdens de andere dagen dat Cruijfie er niet was toezicht had op alle andere zandbak vriendjes, en daarom had Cruijfie tot twee keer toe geprobeerd om Tjeutje de leiding te geven, maar de andere 4 vriendjes met wie hij vaak speelde vonden Tjeutje niet aardig, dus mocht hij niet meedoen. Daar was Cruijfie best een beetje verdrietig van geworden, en een week lang wist hij ook niet zo goed meer wat hij moest doen. Een van zijn zandbak vriendjes hadden Marcotje voorgesteld als opper taartjes bakker, maar dat vondt Cruijfie niet zo goed. Die was nog wat jong, en door geroddel in de buurt werd ook Marcotje niet de opper taartjes bakker.

En nu is Cruijfie boos. Want zijn vier zandbak vriendjes hebben hem een lelijke poets gebakken. Ze hebben op een dag dat Cruijfie er niet was, een gesprek gehad met Louitje, en hem voorgesteld als opper zandtaartjes bakker van zandbak. Louitje denkt Cruijfie, pffff die kon vroeger niet eens zo goed zandtaartjes bakken, en Cruijfie en Louitje hebben lang ruzie gehad. Cruijfie wil dan ook helemaal niet meer met Louitje praten, zo boos is hij. Maar hij is nog bozer over zijn vier zandfriendjes. Hoe kunnen ze. Sommige heeft hij zelfs taartjes leren bakken, en nu veraden ze hem met  Louitje.

Maar Crujifie geeft niet op. Hij heeft de trainers van de jonge zandtaartenbakkers gevraagd om hem te steunen. Dat vonden ze goed, en nu komen ze hem zo opzoeken op de rand van de zandbak. Cruijfie kijkt op, en ziet de grote jongens aan komen lopen die alles weten over het leiden van een zandbak. Hij grijnst. Of het nou goed zal gaan met de zandbak of niet, hij zal zijn gelijk krijgen. Ik krijg ze wel denkt Cruijfie. Hij staat op en loopt de grote jongens tegemoet.

Ik zal wel weer de enige zijn…..

Ik zal wel weer de enige zijn die hier weer over nadenkt. En ik snap dat als je dit leest dat je denkt, wat een rare jongen. Maar mensen, de vraag van deze week is toch echt. Waarom is er toch zoveel rond in deze wereld. Rond hoor ik je nu denken, ja rond ja. Weet je wel de vorm, het cirkeltje, de bol oftewel rond.

Want rond is helemaal niet handig, integendeel het is zelfs ronduit irritant soms. En toch maken ze alles rond. Ik noem maar even wat voorwerpen op hoor. Ronde glazen, ronde batterijen, ronde pennen, ronde bekers, ronde flesjes, ronde kaarsen, ronde aanstekers, ronde kokertjes, ronde lampen, ronde flessen, ronde pennen, ronde aanstekers moet ik nog doorgaan? Maar waarom is mijn vraag. Het kan alleen maar wegrollen, op onmogelijke plekken waar je dan net niet bij kan (batterijen). Of als je iets omstoot dat het dan over tafel rolt en de inhoudt meer verspreidt dan dat het zou gebeuren als het vierkant zou zijn geweest, oftwel een glas dus. En zo kan ik nog wel even voorgaan.

En nu denk je waar maak je je druk om. Tja daar ben ik nou eenmaal goed in. Ik ga dan denken waarom mensen dat nog steeds doen. Kijk een wiel, of een bal of misschien zelfs een wijnglas kan ik nog wel snappen. De een laat het karretje makkelijk bewegen, de ander zorgt voor vertier en de derde zou de aroma van de wijn ten goede komen. Maar waaorm niet gewoon een vierkante pen. Die rolt niet van tafel als je tafel niet even recht genoeg staat. Of een glas. Waarom zouden glazen nog rond moeten zijn. Het pakt niet lekkerder vast dan een vierkant of achthoekig glas. Sterker nog zo’n niet rond glas pakt tijdens het afwassen, of als je natte handen hebt omdat je weer hebt gemorst makkelijker vast en glipt ook niet uit je vingers.

Dus de vraag blijft waarom. Nou ik ben even op het internet gaan snuffelen en natuurlijk kom je verhalen tegen dat ronde glazen bijvoorbeeld sterker zijn. Is dat het, het is sterker omdat het glas de spanning beter aan kan. Kom op tegenwoordig kunnen we zoveel en dan niet glazen ontwerpen die dat niet aan zouden kunnen. Over pennen las ik, omdat het makkelijker en natuurlijk vasthoudt. Maar als ik me het goed herinner zijn er pennen in omloop die ergonomisch perfect zijn en niet rond zijn, dus rollen ze ook niet van je tafel af. En ja zo eentje heb ik er natuurlijk meteen gekocht. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Maar dat doe ik niet. Ik kan alleen maar concluderen dat het gewoon gewoonte is. Of misschien zelfs mode. Of misschien zelfs omdat we niet beter weten. Maar ik vraag het jullie. Ben ik nou echt werkelijk de enige die rond nou niet handig vindt met de meeste alledaagse dingen?